Reizen met een baby

Gert-Jaap Hoekman

We staan in het donker op een drassig pad. Vijf meter verderop schijnt een licht, maar als we één stap in die richting zetten begint het kastje in mijn hand te piepen.
We zien de kroeg, horen de gezelligheid, maar kunnen geen stap verder. Het bereik van onze babyfoon brengt ons niet voorbij dit drassige pad, terwijl de barbecue waarvoor we ons hebben ingeschreven straks gaat beginnen ín die kroeg.

Daar staan we dan. In het donker. Zwijgend tegenover elkaar. Terwijl we zo’n zin hadden in een biertje.
Ik weet zeker dat we hetzelfde denken. Zullen we toch? Ik bedoel: wat kan er nou helemaal gebeuren? Onze dochter ligt veilig in bed, de deur is op slot en hoelang duurt zo’n barbecue nou helemaal?
Maar precies op dat moment denk ik aan Maddie McCann. Gek eigenlijk. En ik moet er niet alleen aan denken, ik spreek het ook meteen uit. Haar ouders stonden ook ooit op dit punt en besloten voor de gezelligheid te gaan. Weg kind.
En weg twijfel. Even later zitten we in het donker op ons kleine balkon, met onze jassen aan te eten. Niet de gezelligste avond van onze vakantie in Zuid-Afrika.

Onze vakantie in Zuid-Afrika mét Keet zou je – afgaande op deze avond – stukken minder spectaculair mogen noemen dan de reis die we een paar jaar geleden, zonder haar, maakten door Zuid-Amerika. Toen wisten we vaak ‘s ochtends niet waar we die nacht zouden slapen, nu hadden we alle overnachtingen vooraf geregeld, een auto gehuurd, op het vliegveld een bedje en stoel voor Keet geregeld en ons reisschema zelfs op haar slaapritme afgestemd.

Minder spannend misschien, maar zeker niet minder speciaal.
Eigenlijk is deze vakantie een samenvatting van het ouderschap tot nu toe: je mist erg veel van je oude leven (met name gezelligheid in de horeca), maar maakt ook zoveel dingen mee waarvan je het bestaan tot voor kort niet eens kende, of de bijzonderheid ervan gewoon was vergeten.
De zondagochtend bijvoorbeeld. Of eigenlijk alle simpele dingen die ik voor de geboorte van Keet voor lief nam. Een auto die langsrijdt, een weggegooid blikje in de goot, een troep mieren op zoek naar eten. Of de ongeremd waanzinnige blik in de ogen van een kind die voor het eerst een koe ziet. Of, om in Afrika te blijven: een olifant.
En ineens heb je zoveel meer contact met mensen. Dat begint al in het vliegtuig, maar houdt onderweg niet op. In tankstations, in restaurants, op het strand of op straat. Keet breekt het ijs door met haar ronde Hollandse hoofdje overal op af te stappen, of mensen ongegeneerd aan te staren.

Keet had de avond van de barbecue al gegeten. Want zo goed kende ik Zuid-Afrika nog wel. Als een braai om zes uur begint, mag je blij zijn als je tegen negen uur wat te eten hebt. Maar toen we na een rit van vier uur het hostel in Chintsa hadden bereikt, kwamen we erachter dat we geen eten meer voor haar hadden. En ook geen zin om op zoek te gaan naar een supermarkt. Dus liep ik met Keet op de arm door het hostel, op zoek naar voedsel.
In de keuken van het restaurant raakte ik aan de praat met het personeel. En voor ik wist had ik twee grote zoete aardappels en een handvol wortels in mijn handen. Voor niks. Omdat Keet zo lief naar ze had gelachen.

Omdat we vaak met Keet op één kamer sliepen, werden ook wij iedere ochtend om half zeven wakker. Dat zal ik verder niet mooier maken dan het is: dat is gewoon kut. Maar deze ochtend in Chintsa leverde het iets moois op. Terwijl Keet  op de grond met haar blokken speelt, kijken wij slaperig uit het raam van ons appartement. In de verte in de zee springt een walvis op.
Het is vijf over zeven ‘s ochtends en het is nu al een topdag.

« (Previous Post)


Comments are Closed

© 2017: Zuid - Afika | Travel Theme by: D5 Creation | Powered by: WordPress
English